| Na de afsluiting van de Rijn bij Wijk bij Duurstede in de 9e eeuw, de verzanding van de mond van de Oude Rijn omstreeks 1150 en de afdamming van de Hollandse IJssel bij Hoppenesse (d.i. bij Nieuwegein) in 1285 moesten de polders tussen Oude Rijn en IJssel uiteindelijk naar het Noorden toe afwateren. In 1285 krijgen de inwoners van Heicop – de polders bij De Meern- van de bisschop het recht om een wetering te graven naar de Vecht bij Breukelen. Die Heicopse Wetering of Heicop loopt grofweg van de Oude Rijn, ten Oosten van een dam bij Harmelen, de Helsdam, in een rechte lijn langs Kockengen. Ten noorden daarvan buigt de wetering naar het oosten af, snijdt het riviertje de Aa aan en komt bij Breukelen in de Vecht. Het laatste stuk heet tegenwoordig nog Grote Heicop.
In 1413 verleent de Hollandse graaf Willem VI ‘hen die gelant sijn in Reyerscoop, in Bijlevelt, in Achthoven ende in Mastwijck’ het recht een watergang te graven vanuit de Oude Rijn tot in de Amstel benoorden Nes bij Uithoorn. Ze moeten er overigens flink voor betalen. Nu komt er ook een dam ten westen van Harmelen: de Haanwijkerdam. Vanuit de Oude Rijn tussen Helsdam en Haanwijkerdam wordt een wetering gegraven, de Bijleveldse Wetering of Bijleveld, evenwijdig aan en op korte afstand van de Heicop. Dit is nog prachtig te zien vanaf de brug in de N 401 bij Kockengen. De Bijleveld loopt daarvandaan verder langs Wilnis en Waverveen naar Nessersluis.
Aangezien de Vecht nauwelijks water voert proberen de Heicoppers regelmatig water naar de Amstel af te voeren. De verbinding met de Aa is daarbij van cruciaal belang. In 1424 verkrijgt Holland het recht om een dam te leggen in de Aa bij Breukelen, om zo de weg naar het noorden –via Aa, Kromme Angstel, Holendrecht en Gein- af te sluiten. Echter in 1452 verwerven de Heicopers het schouwrecht ten noorden van die dam, en nemen de dam weg. Daarop leggen de Hollanders nog noordelijker een nieuwe dam bij Nieuwer ter Aa. De Heicoppers kopen in 1484 het schouwrecht van de Angstel tot bij Loenersloot en nemen de noordelijke dam ook weg. Abcoude, dat weliswaar bij het Sticht hoort maar het recht heeft om bij Diemen en Zeeburg te lozen en waterstaatkundig dus de Hollandse kant kiest, legt nu een dam in de Angstel. Deze dam wordt herhaaldelijk doorgestoken.
Een ander regelmatig terugkerend conflictpunt is de Joostendam, de smalle strook tussen Heicop en Bijleveld ten noorden van Kockengen.
Dat doorsteken gebeurt natuurlijk als er hoge waterstanden zijn en het baljuwschap Amstelland (Ouder-Amstel, Nieuwer Amstel, Waverveen en Diemen) en Amsterdam toch al veel wateroverlast hebben. Jan Benningh (ook geschreven als Benninck of Banninck) ex- schout van Amsterdam, raadsheer aan het Hof van Holland, getrouwd met een rijke boerendochter uit Diemen en grootgrondbezitter in Nieuwer Amstel (Amstelveen), krijgt er genoeg van.
In 1522 begint hij het Sticht te dreigen door grondwerk voor een dam in de Holendrecht te laten verrichten, wat weinig uithaalt. In 1524 legt hij, op Hollands gebied, drie dammen: in het Gein, de Bullewijk en de Waver. Utrecht blijft nu zitten met veel wateroverlast en is geneigd tot overleg.
Na veel gelobby in Brussel door Benning vaardigt Karel V een resolutie uit, waarin een college wordt ingesteld met als taak te waken tegen invoer van onrechtmatig water in Amstelland. De baljuw van Amstelland kiest 6 heemraden uit de Hollandse gerechten van Amsterdam, Weesp, Ouderkerk, Amstelveen, Diemen en Waverveen.
Amstelland als waterstaatkundige eenheid is groter dan het Hollandse baljuwschap. Delen van Kalslagen, Zevenhoven en Noorden die onder het baljuwschap Rijnland vallen, en de Stichtse gebieden van de Ronde Venen en Bijleveld behoren er ook toe.
Hierna worden de dammen in het Gein en in de Waver spoedig weggenomen. De dam in de Bullewijk nabij het centrum van Ouderkerk wordt pas in 1649 geslecht. Tot die tijd was de sluis daarin voldoende machtsmiddel om Utrecht onder druk te zetten: de verbinding tussen Amsterdam en Utrecht liep daarlangs. Tegelijk met het opnemen van de Benninxdam verdwijnt het voetgangersbruggetje bij de kerk. Dat wordt vervangen door de houten ophaalbrug die er vrijwel ongewijzigd nog steeds ligt.
In 1677 is de vervening van de Ronde Venen in volle gang. De Ronde Venen worden omkaad en het water van de Bijleveld bereikt de Amstel vanaf die tijd via Geer, Heinoomsvaart en Kromme Mijdrecht.
In 1959 is het Amsterdam-Rijkanaal gereed. De afwatering in het gebied verandert drastisch, Bijleveld en Heicop wateren nu af op het kanaal. Bijleveld doet afstand van het recht van 1413 om op de Amstel te lozen en Amstelland van het recht van 1525 om Bijlevelds ring te schouwen. De 546-jarige Bijleveld en de 674-jarige Heicop worden bezuiden Kockengen gedempt.
|
 onderdeel van de tentoonstelling
 onderdeel van de tentoonstelling
 onderdeel van de tentoonstelling
.JPG) tijdens de opening van de tentoonstelling
.JPG) tijdens de opening van de tentoonstelling
|